H. Gregorius van Nyssa (citaat 1)

‘Wat bedoelt men als men zegt dat Mozes de duisternis binnentrad en daarin God zag? De tekst van de Schrift leert ons hier dat het verstand, naarmate het evolueert, meer aandacht schenkt aan, en beter begint te begrijpen wat de werkelijkheid is, dichter bij de contemplatie komt en beter inziet dat het de goddelijke natuur niet kan aanschouwen. Want wanneer het alle uiterlijke verschijningsvormen achterwege laat, niet alleen degene die het met zijn zintuigen kan waarnemen maar ook degene die door zijn verstand worden opgeroepen, dan gaat het steeds dieper graven totdat het, door de werking van de Geest, doordringt tot datgene wat niet kan worden aanschouwd of begrepen, en het is daar dat het God ziet. De ware kennis en het ware beeld van wat wij zoeken gaat alle begrip te boven en de duisternis van de onbegrijpelijkheid verspert ons elke toegang.’

H. Gregorius van Nyssa